/

Back to home page

Dutch Politics Democracy around the World D66

Grondwet aangrijpen voor hervormingen in Europa

   Thu 23/06/2005

Inbreng Lousewies van der Laan Debat Europese Top d.d. 22 juni 2005 Voorzitter. De fractie van D66 heeft vorige week gevraagd om een mea culpa van de Europese Raad; een erkenning van de regeringsleiders dat het echt anders moet, dat wij aan Europa moeten bouwen mét de Europeanen in plaats van over hun hoofden heen. Ik citeer uit de conclusies: "Wij zijn van oordeel dat de gehechtheid van de burgers aan de opbouw van Europa niet ter discussie wordt gesteld." Men erkent echter niet dat er een probleem is, maakt geen knieval en geeft geen indicatie dat het anders moet. Wel is toegezegd dat het mobiliserend debat over Europa zal worden voortgezet. De regeringsleiders komen niet tegemoet aan het verzoek van de D66-fractie om een democratisch gebaar te maken en er zal evenmin sprake zijn van extra transparantie in de Raad. En dan zijn wij verbaasd als diezelfde Europeanen vermoeden dat er niets verandert? In principe is de lijn van de regering over het grondwettelijk verdrag de juiste. Zij heeft aangegeven dat Nederland niet zal overgaan tot ratificatie van het verdrag en dat zij een tweede referendum daarover uitsluit. De fractie van D66 heeft om die duidelijkheid gevraagd en het is prettig dat niet de indruk wordt gewekt dat wij dit grondwettelijk verdrag alsnog via een achterdeur aannemen. Toch gaan Luxemburg en waarschijnlijk ook Polen en Tsjechië door met het houden van referenda. Dat wekt de indruk dat niet geheel duidelijk is dat dit verdrag dood is. Die landen vragen hun bevolking om zich uit te spreken over een lijk. Ik vraag mij af of de minister-president dat kan duiden en of hij misschien niet duidelijk genoeg is geweest. In de visie van de fractie van D66 moet de bezinningsperiode worden aangegrepen om daadwerkelijk door te pakken en om concrete verbeteringen door te voeren. Het voorstel voor een subsidiariteitconferentie is dan ook goed. Wat is de reactie van de collega's daarop? Met een conferentie is men er echter niet. Ook Nederland moet leren om de subsidiariteittoets rigoureus te doen. Vandaag heb ik vernomen dat er werd gesproken over financiële solidariteit in geval van terroristische aanslagen. Dat klinkt ongelooflijk sympathiek, maar ik vraag mij echt af of Nederland via Brussel moet bijdragen aan de slachtoffers van bijvoorbeeld een Griekse aanslag. Voldoet dat daadwerkelijk aan de subsidiariteittoets? Mensen moeten weer vertrouwen krijgen in Europa en Nederland moet tegelijkertijd leren omgaan met Europa. Voorbeelden die in onze optiek hebben bijgedragen aan de vertrouwensbreuk, zijn het politieke gekonkel over het stabiliteitspact, waardoor Duitsland en Frankrijk fluitend over hun begrotingstekorten konden heen stappen, en het maandelijks verhuizen van het Europees Parlement naar Straatsburg, dat voor mensen keer op keer een weliswaar klein, maar concreet voorbeeld is van hoe het allemaal mis gaat. Dat zijn punten waar D66 ook in het verleden op heeft gewezen. Ook die punten moeten wij aanpakken als wij dat vertrouwen willen herstellen. Dat vertrouwen kan echt alleen herstellen als wij dat soort problemen oplossen. Een debat alleen is niet voldoende. Ik vraag de premier daarom hoe hij zelf de brede maatschappelijke discussie in Nederland ziet, want wij moeten voorkomen dat wij de plank misslaan en straks voor lege zaaltjes staan zonder echt concrete onderwerpen van discussie, want daar schieten wij helemaal niets mee op. Bij het gekissebis over de financiële perspectieven bekroop mij heel sterk het gevoel dat de vorige generatie leiders aan het vechten is over het beleid van de vorige eeuw. Terwijl D66 wil dat de Europese financiën voldoen aan de behoefte van de Europeanen aan meer veiligheid en meer banen, vindt een meerderheid van de Raad het nog steeds normaal dat 40% van de begroting gaat naar een achterhaald landbouwbeleid en dat de helft van de structuurfondsen gaat naar rijke, oude lidstaten in plaats van naar arme, nieuwe lidstaten. D66 wil niet dat geld wordt weggehaald bij de landen die het juist het hardst nodig hebben. Het is krankzinnig dat wij in de eenentwintigste eeuw zeven keer zoveel uitgeven aan landbouwsubsidies dan aan onderzoek, wetenschap, technologie, onderwijs en innovatie bij elkaar opgeteld. Het is stuitend dat in de raadsconclusies met droge ogen mooie woorden worden gesproken over Afrika en over het belang van geld voor onderwijs voor ontwikkelingssamenwerking, terwijl onze subsidies intussen dumping van producten op die markten nog steeds subsidiëren, waardoor deze landen geen kans hebben om zich echt te ontwikkelen. Nu ligt er echter een blokkade en nu moeten wij dit echt aanpakken om dat beleid te veranderen. Onder het Britse voorzitterschap is er een kans, maar alleen als wij duidelijkheid krijgen van de Nederlandse regering over het feit dat zij voortvarend met die hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid aan de slag wil gaan. Het stelt mij helemaal niet gerust dat ik in het Parool moet lezen dat minister Veerman zal aftreden als de landbouwsubsidies verder omlaag gaan. Stap dan maar op, zou ik zeggen. Dat is namelijk precies wat er moet gebeuren tijdens het Britse voorzitterschap. Ik krijg de indruk dat een Kamermeerderheid er zo over denkt. Ik hoor dus graag van de premier wat precies de inzet van Nederland is ten aanzien van die hervorming en of alle leden van de regering zich daarin kunnen vinden. Wij zullen ook op zoek moeten gaan naar bondgenoten in die strijd. Het stemt mij positief dat onze liberale vrienden in Duitsland nu ook sterk op die hervorming aankoersen, maar mevrouw Merkel is nog lang niet duidelijk genoeg. Aangezien zij een Europese partijgenote van premier Balkenende is, vraag ik hem hoe hij de mogelijkheid inschat om hier met de waarschijnlijke nieuwe Duitse regering wel iets aan te doen en of hij bereid is om dit bilateraal aan te kaarten. Zo kunnen wij dus iets doen voor Afrika én voor onze eigen nettobetalingspositie. Tot slot moet mij van het hart dat ik mij erger aan iedereen die maar roept dat Europa in een diepe crisis is gestort. Als je dat maar lang genoeg roept, heb je inderdaad een heel diepe crisis. Dat is slecht voor onze economie en voor onze slagkracht in de wereld. Ik vraag de premier of hij bereid is om er bij zijn collega's op aan te dringen om dat niet meer te doen en om in plaats daarvan energie te steken in het oplossen van de problemen in plaats van in het maken van een crisis.