/

Back to home page

Europe Democracy around the World D66 European Parliament

Het is nog niet te laat voor een echt uitbreidingsdebat

   Thu 04/05/2000

Toen Europees Commissaris Verheugen voorstelde een referendum Europees Commissaris G√ľnter Verheugen kreeg heel Europa over zich heen na zijn suggestie voor een referendum over de uitbreiding. Lousewies van der Laan juicht het echter toe dat Verheugen het heeft aangedurfd de knuppel in het uitbreidingshoenderhok te gooien.

Europees Commissaris Günter Verheugen kreeg heel Europa over zich heen na zijn suggestie voor een referendum over de uitbreiding. Lousewies van der Laan juicht het echter toe dat Verheugen het heeft aangedurfd de knuppel in het uitbreidingshoenderhok te gooien.

Het voorstel van Europees Commissaris Verheugen om een referendum te houden over de aanstaande toetreding van Centraal- en Oost-Europese landen tot de Europese Unie getuigt zowel van moed als van visie. Niet alleen in West-Europa, maar ook in de kandidaat-landen kan de toetreding tot de EU nog slechts rekenen op de steun van een minderheid van de bevolking (43% in de EU volgens de laatste peilingen). De uitbreiding is een historische kans die met beide handen aangegrepen zou moet worden. Juist daarom zouden de voorstanders van dit project zich af moeten vragen hoe het toch mogelijk is dat die uitbreiding zo onpopulair is en vooral: wat gedaan kan worden om het tij te keren.

De Europese ministers negeren echter de publieke opinie en laten de uitbreidingstrein op volle snelheid doordenderen. Premier Kok meldde onlangs dat hij vindt dat Europa zo snel mogelijk met 20 tot 30 landen moet worden uitgebreid. De val van de Berlijnse muur ligt immers “alweer” 10 jaar achter ons. Ondertussen blijven de Europese burgers verbijsterd op het station achter. Diezelfde burgers krijgen straks wel de rekening gepresenteerd voor de hereniging van Europa. Decennia lang zullen tientallen miljarden nodig zijn om de Oost-Europese economie en het milieu op het Westerse niveau te krijgen. De ministers, die de voorwaarden van toetreding in besloten bijeenkomsten vaststellen, hebben klaarblijkelijk geen zin om de belastingbetaler te laten meepraten over deze bestedingen.

Het besluit om de Unie uit te breiden is eigenlijk al in 1993 genomen. Toen hebben de lidstaten op de Europese top in Kopenhagen besloten dat “die Europese landen die dat wensen lid zullen worden van de Europese Unie". In Kopenhagen zijn ook de politieke en economische criteria voor lidmaatschap vastgelegd. De "onderhandelingen" gaan slechts over overgangstermijnen. Het is dus al 7 jaar duidelijk dat de vraag niet is of nieuwe landen zullen toetreden, maar wanneer dit zal gebeuren. Toch hebben de regeringsleiders tot nu gewacht met het informeren van de Europese burgers. Ook de Nederlandse regering heeft pas sinds kort een eigen uitbreidingswebsite.

Het grootste deel van de verantwoordelijkheid voor het informeren van de Europese burgers wordt doorgeschoven naar de Europese Commissie. Verheugen heeft op 11 mei van dit jaar 150 miljoen euro gekregen om een spetterende voorlichtingscampagne op te zetten. Publiek draagvlak kan echter niet worden gekocht met een informatiecampagne. Gezien het geringe succes van de spotjes die opriepen om te gaan stemmen bij de Europese verkiezingen is het nog maar de vraag of zo´n campagne zal aanslaan. In Oost Europa koestert de bevolking na 50 jaar communistische propaganda ook al een gezond wantrouwen jegens centralistische informatiecampagnes. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat Verheugen nu aan de alarmbel heeft getrokken. Hij weet als geen ander hoe weinig publieke steun er voor de uitbreiding bestaat, en ook: dat hij straks de schuld zal krijgen als deze zorgwekkende situatie binnen een jaar niet is veranderd.

Verheugen legt dus de vinger op de zere plek. Waarom dan de paniekreacties van de ministers? Met name in sociaal-democratische kring is het standaardprocedure om elke kritische kanttekening bij de uitbreiding af te doen als een primitief anti-uitbreidingssentiment. Politici die luisteren naar de zorgen in de samenleving worden weggezet als onruststokers die dit historische project ondermijnen. Maar juist wie uit is op een geslaagde uitbreiding zou het proces kritisch moeten volgen. Wie slechts jubelend de zegeningen van de uitbreiding bezingt houdt niet alleen zichzelf voor de gek, maar speelt bovendien populisten als Jörg Haider in de kaart. Als 'mainstream' politici geen oor hebben voor gerechtvaardigde zorgen van burgers, komen deze uiteindelijk terecht bij xenofoben en extremisten.

De uitbreiding is een moeilijke onderneming waar wel degelijk risico’s aan kleven. Het is een illusie te denken dat de Europeanen wijs kan worden gemaakt dat de uitbreiding louter voordelen brengt. Wanneer er naast “voorlichting” ook discussie plaats vindt, is de toon van het debat logischerwijs al snel minder eenzijdig positief. Zolang er op eerlijke wijze argumenten worden gewisseld, is dat echter helemaal niet erg.

Het is teleurstellend te constateren dat ook groene politici zich in het kamp van de kritiekloze jubelaars hebben genesteld. De Duitse Groene minister van Buitenlandse Zaken, Joshka Fischer, was er als de kippen bij om een karikatuur te maken van de plannen van Verheugen. De Eurocommissaris zou twijfel zaaien over de betrokkenheid van Europa ten aanzien van de uitbreiding. Het zoeken naar publiek draagvlak heeft echter met verdeeldheid zaaien niets te maken. Natuurlijk zal het zo zijn, dat meer openheid en meer debat ook krachten tégen de uitbreiding zullen mobiliseren. Wie dat als reden aanvoert om vooral geen publiek debat over de uitbreiding te houden, toont een zwakke democratische gezindheid. Maar er is meer dat mensen als Kok en Fischer vergeten. Wie de Europeanen de mogelijkheid onthoudt om tégen de uitbreiding te stemmen, ontneemt ze ook de kans om vóór de uitbreiding te kiezen. Daarmee wordt de uitbreiding weer een project van regeringsleiders, en niet van de Europese bevolking.

Sommige critici richten hun pijlen op het door Verheugen gekozen middel: het referendum. Deze kritiek slaat echter de plank mis. Verheugen bracht het referendum slechts ter sprake omdat hij een bepaald doel wilde bereiken. Het doel is om publieke steun voor de uitbreiding te verkrijgen. Als regeringsleiders weten dat ze rechtstreeks verantwoording moeten afleggen voor hun besluiten aan burgers die uiteindelijk het laatste woord hebben zal de discussie snel aan diepgang en inhoud winnen. De Duitse Groenen hebben laten weten dat ze in principe grote voorstanders zijn van referenda. Maar over een complexe kwestie als de uitbreiding willen ze het Duitse volk liever niet raadplegen, aldus de buitenlandwoordvoerder van de Groenen in de Bundestag. Kennelijk mag de bevolking slechts dan meepraten over de toekomst van Europa, wanneer dat in hun politieke straatje past.

Verder is de discussie over het houden van een referendum alleen een academische. Het is jammer dat Duitsland net als Nederland geen mogelijkheid van een referendum over dit soort vraagstukken. Er bestaat ook nog geen Europees referendum. Dat is jammer, want het zou mooi zijn als Europeanen rechtsreeks zouden kunnen meebeslissen over grote Europese projecten zoals de invoering van de Euro en de uitbreiding. In een lidstaat als Denemarken is dit recht zelfs grondwettelijk vastgelegd.

De regeringsleiders doen net alsof het besluit over de uitbreiding een gepasseerd station is. Zij verwijten Verheugen dat hij nieuwe criteria aanbrengt. Beide verwijten zijn onzin. De criteria staan allang vast en niemand zal daaraan tornen. Maar het uiteindelijke besluit kan nog wel degelijk worden tegengehouden. De toetreding van een nieuwe lidstaat behelst namelijk een verdragswijziging die door de parlementen van alle lidstaten geratificeerd moet worden. Dat betekent dat het besluit om nieuwe landen toe te laten ook zonder referendum nog geblokkeerd zou kunnen worden. Deze op het eerste gezicht onrealistische mogelijkheid, is niet ondenkbaar. Indien de Oostenrijkse FPÖ en andere xenofobische anti-uitbreidingspartijen aan populariteit blijven winnen, kan het best zo zijn dat er in één Europese lidstaat geen parlementaire meerderheid voor de uitbreiding zou zijn. Dan zou dat ene land de hele operatie zal kunnen tegenhouden. Juist daarom is het nu belangrijk om die tegenstanders in een open debat met heldere argumenten de wind uit de zeilen te nemen.

Verheugen´s actie heeft weer eens duidelijk gemaakt waar de grootste weeffout van het Europese eenwordingsproces zit: de angst voor openheid en een echt publiek debat. Nog steeds worden de beslissingen waar het écht om gaat genomen in besloten Raadsvergaderingen waar niet of nauwelijks democratische controle op mogelijk is. De Europese bevolking is structureel buitengesloten van cruciale beslissingen over het Europa van de toekomst. Waar de regeringsleiders aan de ene kant hun zorg uitspreken over de symptomen van het gebrek aan publieke betrokkenheid bij de EU, zoals de lage opkomst bij Europese verkiezingen, daar leggen zij met hun reacties op Verheugen's voorstel een nieuwe voedingsbodem voor publiek wantrouwen. Verheugen verdient een pluim omdat hij de knuppel in het uitbreidingshoenderhok heeft gegooid. Hem is in ieder geval gelukt waar de regeringsleiders niet in slagen: een debat op gang brengen.

 

Zie ook de (engelstalige) toespraak Open up the enlargment process.