/

Back to home page

Dutch Politics D66

Inbreng bij het debat over de onstnapte tbsĀ“er

   Thu 16/06/2005

Mevrouw Van der Laan (D66): Voorzitter. Namens de D66-fractie hecht ik eraan te benadrukken hoe geschokt wij zijn door wat er gebeurd is. Een bejaarde man is in koelen bloede vermoord door een tbs’er is aan zijn begeleider wist te ontkomen. Dat is afgrijselijk. Ons tbs-systeem moet je afrekenen op het resultaat, en het resultaat is op dit moment dat er een mens is vermoord. Het systeem heeft gefaald en je kunt niet concluderen dat er niets mis is. Minister Donner kan niet volhouden dat het systeem werkt. Als het systeem werkt, mogen er geen slachtoffers vallen. Voor D66 staat vandaag de vraag centraal of alles op alles is gezet om dit te voorkomen. Tegelijkertijd moeten wij bekijken hoe wij kunnen voorkomen dat in de toekomst weer zoiets afschuwelijks gebeurt. Naar aanleiding van het incident heb ik ongelooflijk veel e-mails gekregen van mensen die diep geschokt zijn. Uit twee daarvan wil ik citeren. Mevrouw De Jong, wier driejarige dochter werd vermoord door iemand die tbs heeft gekregen, schrijft: ’’En dan laat men zo’n engerd gewoon op familiebezoek gaan. Men leert dus niet van alle blunders.’’ De heer Rip schrijft: ’’Met ontzetting heb ik kennisgenomen van de ontsnapping van een levensgevaarlijke tbs’er. Ik heb als inwoner van Nederland niet veel vertrouwen meer in de Nederlandse rechtsstaat.’’ En dat is wat er vandaag ook op het spel staat, het vertrouwen in de Nederlandse rechtsstaat. Laat er geen misverstand over bestaan: de minister is verantwoordelijk voor het verlof van S. Dat blijkt ook uit zijn antwoord op de schriftelijke vragen. Na advisering van de kliniek bepaalt hij of iemand met verlof mag gaan. Ik heb mij dan ook geërgerd aan eerdere uitlatingen van de minister die de verantwoordelijkheid naar de rechter probeerden af te schuiven. Naar onze smaak heeft de minister zich te veel verscholen achter de uitspraak van de rechter dat er overgegaan moest worden tot resocialisatie. Het klopt dat de rechter heeft gezegd dat hij bij de volgende verlengingsaanvraag wilde weten hoe de resocialisatie aan het verlopen was, maar de invulling ervan ligt wel degelijk bij de minister. De rechter heeft niet gezegd – ik heb het er nog eens op nagelezen – dat S. via drukke stations met één begeleider moest reizen. De invulling ligt bij de minister. Dat betekent dus dat minister Donner niet alleen verantwoordelijk is voor de beslissing tot het verlof maar ook voor de concrete invulling daarvan. Ik vraag hem dan ook om afstand te doen van zijn eerdere opmerking dat de rechterlijke uitspraak hem geen andere mogelijkheid liet dan in te stemmen met dit specifieke verlof. De centrale vraag is of de minister alles heeft gedaan om te voorkomen dat tijdens het verlof en na de ontsnapping gevaarlijke zaken zouden gebeuren. De eerste vragen richten zich op het moment van de onttrekking. Volgens de minister was er sprake van een bewuste vluchtpoging, omdat de verdachte zijn computer had leeggehaald en hij de foto’s van zijn muur had gehaald. Ik wil graag weten wanneer dat door wie is ontdekt. Was dat vóór de ontsnapping? Als dat zo is, vraag ik mij af waarom er daarover niet eerder aan de bel is getrokken. Kijken de medewerkers van de kliniek nooit op de kamer van S.? Vervolgens blijkt dat de begeleidende sociotherapeut kennelijk niet heeft gemerkt dat S. die foto’s bij zijn echtgenote heeft achtergelaten. Of is dat soms na de vlucht van S. gebeurd? Dat betekent dat hij bij zijn echtgenote geweest zou zijn. Ik wil precies weten hoe dat volgordelijk is gegaan. S. kon gemakkelijk op Utrecht Centraal ontsnappen omdat er maar één begeleider bij hem was. Ik vraag mij dan af of begeleid verlof eigenlijk wel begeleid is als degene die er bij is in feite de tbs’er niet in bedwang kan houden of niet kan dwingen te doen wat hij of zij zou willen. De echtgenote van S. heeft zelf contact gezocht met Veldzicht, omdat zij zich grote zorgen maakte. Zij had thuis die foto’s uit de kamer van S. aangetroffen en vreesde dat hij was ontsnapt en zichzelf of de kinderen iets zou aandoen. De vraag is of hij na de ontsnapping bij zijn echtgenote is geweest. Waarom is dat huis niet geobserveerd? De kans lijkt mij erg groot dat hij uiteindelijk naar haar toe zou gaan, want hij had zijn spullen daar al gebracht. De volgende vragen gaan over signalering en opsporing. Op dinsdag 7 juni om 16.57 uur is S. nationaal gesignaleerd en 24 uur later, op 8 juni om 16.13 uur, is de landelijke informatiecoördinatie gestart. Ik vraag mij af wat deze procedure inhoudt. Het lijkt ongelofelijk bureaucratisch om een soort tweetrapsraket te hebben voor de aanpak van zo’n noodgeval. Het lijkt mij dat er 24 uur verloren is gegaan, maar ik hoor graag hoe dat is gegaan. Wij hebben het al een paar keer gehad over de telefoontap. Volgens de minister was het juridisch mogelijk om de echtgenote van S. af te tappen, maar dat is tot zaterdag niet gebeurd. Op de avond van zijn ontsnapping heeft S. drie keer met zijn vrouw gebeld. Dat was het moment geweest om te achterhalen waar hij zich bevond. Dat was tevens een kans geweest om het een en ander te voorkomen. Wij beschikken nog steeds niet over de gegevens van de historische printertaps van 7 tot 12 juni. Ik vraag mij daarom af of wij in Nederland in het stenen tijdperk leven. Men is namelijk niet in staat realtime informatie te verstrekken over de persoon met wie een gevaarlijke misdadiger belt op het moment dat hij is ontsnapt. Is er sprake van een technische, juridische of bureaucratische belemmering? Dit is een essentieel punt. Mij is gevraagd hoe oud de foto is die wordt gebruikt voor de opsporingsrubriek op de televisie. Wordt er elk jaar een foto gemaakt van tbs’ers in het verloftraject, zodat die ook voor de opsporing kunnen worden gebruikt? Op zaterdag is expliciet besloten om de foto niet te plaatsen, maar op zondag is het besluit genomen om dat wel te doen. Ik heb daarom gevraagd wat daarvan de reden is, maar dat is mij nog steeds niet duidelijk. Naar mijn idee is de enige verandering dat het Algemeen Dagblad dreigt om tot publicatie over te gaan, maar dat is naar mijn idee niet de afweging geweest. Ik vraag de minister daarop een reactie te geven. Minister Donner zegt dat er geen verwijten te maken zijn, maar wij delen die opvatting vooralsnog niet. Ik erger mij aan zijn zwartwittegenstelling dat men zou moeten kiezen tussen een systeem van levenslange opsluiting of voor het risico dat er af en toe een dode valt. Naar mijn oordeel is dat een onzinnige voorstelling van zaken. De fractie van D66 kiest voor een menswaardig systeem. Dat betekent dat mensen uitzicht moeten hebben op een toekomst op het moment dat zij daaraan toe zijn. Wij houden dus vast aan het systeem van tbs met verloven, al weten wij dat wij ons daarmee nu niet populair maken. Het moet naar ons idee mogelijk zijn om het huidige systeem zodanig te verbeteren dat de risico’s substantieel kleiner worden. Hoe meent de minister de risico’s in de toekomst te verminderen? In de media wordt de indruk gewekt dat hij voorstander is van een systeem waarbij dodelijke slachtoffers kunnen vallen. Als dat beeld juist is, kan hij onze steun vergeten. Het systeem moet op de schop, maar de vraag is hoe dat moet gebeuren. Daarnaast vragen wij de regering om te onderzoeken hoe in het buitenland met zulke gevaarlijke gevangenen wordt omgegaan. Het lijkt erop dat wij in Nederland een vrij uniek systeem hebben, maar ik kan mij niet voorstellen dat in het buitenland geen lessen te leren zijn. Daarop zou ik graag een reactie willen krijgen. Ik kom terug op een oud voorstel, namelijk het beperken van privacy. Mensen die ernstig over de schreef gaan, zoals tbs’ers, mogen wat D66betreft gestraft worden met een beperking van hun privacy, zeker als dat kan helpen voorkomen dat zij nog een keer over de schreef gaan. Daarom heb ik twee jaar geleden een motie ingediend waarin gevraagd werd om privacybeperkende straffen, bijvoorbeeld een gps-enkelband of langdurige telefoontaps. Toen wilde de minister daar zelfs geen onderzoek naar laten doen. Ik vraag hem nu om dat alsnog te overwegen omdat ik denk dat de Nederlandse samenleving snakt naar een tussenoplossing, waarbij tbs’ers heel streng in de gaten worden gehouden, maar niet bij voorbaat worden opgesloten en opgegeven. Als hij dat niet wil, zal ik de Kamer wederom vragen om daarover een uitspraak te doen. Met die nieuwe privacybeperkende maatregelen hoeven wij immers niet meer te luisteren naar een officier van justitie die meldt dat de foto van een ontsnapte tbs’er pas na vijf dagen kan worden gepubliceerd, omdat de persoonlijke levenssfeer van S. beschermd moest worden. Dat kan dus niet. Een tbs’er moet weten dat, als hij op de vlucht slaat, zijn foto een paar uur later op televisie komt. Dat kan ook afschrikkend werken en wij moeten die mogelijkheid hebben, ook juridisch gezien. Tot slot kom ik terug op het punt van de enkelbanden. De fractie van D66 wil dat bij dit soort risicoindividuen standaard een enkelband met gps-technologie wordt aangebracht. Zo kunnen wij de ontsnapte tbs’ers sneller opsporen en ellende voorkomen. Wij zouden de minister willen vragen om onmiddellijk met zo’n maatregel te komen.