/

Back to home page

Dutch Politics PvdA GroenLinks D66

Lakmoesproef voor Femke Halsema

   Mon 24/10/2005

Uit de Volkskrant (Forum), 20 oktober 2005

Na de uitnodiging aan PvdA en SP om een gezamenlijk links front te vormen bij de volgende verkiezingen, is Groenlinks-leider Femke Halsema nu begonnen aan een herbezinning op de beginselen van haar partij. Dat leidt tot verrassende resultaten. Halsema vindt dat haar partij te lang “leentjebuur” heeft gespeeld bij de sociaal-democraten en hun “voorkeur voor bevoogdende staatsarrangementen”. Zo formuleert ze het in een uitgave van het wetenschappelijk bureau van haar partij. Verder schrijft ze dat “de huidige verzorgingsstaat afhankelijkheid en inactiviteit (kweekt) door de traditionele nadruk op inkomenssteun”. Halsema’s oplossing: we stoppen met leentjebuur spelen bij de PvdA, en we noemen GroenLinks een vrijzinnige, links-liberale partij, naar voorbeeld van D66.

Deze redenering zal velen de wenkbrauwen doen fronsen. In de eerste plaats wekt het natuurlijk verwondering dat de traditionele oriëntatie van GroenLinks op de staat en zijn sturende rol in de samenleving achteraf wordt gepresenteerd als “leentjebuur spelen bij de PvdA”. Want de voorliefde voor vergaande staatsbemoeienis met de sociale en de economische ordening is zeer des GroenLinks’ zélf. De partij is immers ontstaan uit de communistische partij en een aantal socialistische partijen van verschillende snit. Een “voorkeur voor bevoogdende staatsarrangementen”, zoals Halsema het zelf omschrijft, zit dus diep in de genen van de gemiddelde GroenLinkser, en heeft weinig te maken met afkijken van de PvdA, hoe zeer die twee partijen ook op elkaar lijken. Dat Halsema nu doet alsof GroenLinks altijd heeft geteerd op geleend gedachtegoed in plaats van op eigen, oorspronkelijk denken, is bovendien een conclusie die haar achterban maar matig zal plezieren.

Maar als links-liberale D66-er vind ik de inzet van Halsema wel hoopgevend. Ik heb het altijd goed kunnen vinden met GroenLinks als het gaat om internationale en rechtsstatelijke oriëntatie bijvoorbeeld. Nu de PvdA na het referendum over de Europese grondwet ook kiest voor euroscepsis zijn D66 en GroenLinks de laatste pro-Europese partijen in de Kamer. Ook op het gebied van bescherming van mensenrechten en de democratie trekken we veel samen op. En bovendien: van sociaal-liberale politiek kunnen we niet genoeg hebben in Nederland (en trouwens in de rest van de wereld). Maar als GroenLinks consequent wil kiezen voor individuele keuzevrijheid en ontplooiing en voor jongeren, met andere woorden: als Halsema écht “staatsordening” wil inruilen voor “vrijheid” als centrale politieke waarde en – met name – sociaal-economische behoudzucht voor toekomstgericht denken, dan heeft ze binnen haar partij nog een hoop grenzen te verzetten.

Het betoog van Halsema is tot nu toe vrij abstract gebleven, en werd bovendien geplaagd door onduidelijkheid over de “etikettering”; althans volgens Bart Snels, de directeur van het wetenschappelijk bureau van haar partij. Hij vroeg zich onlangs af waarom Halsema de term links-liberaal zo snel inruilde voor vrijzinnig-links; is ze misschien bang dat het woord “liberaal” in eigen kring veel te veel weerstand oproept? Maar wat daar verder van zij: belangrijker is wat Halsema nu precies beoogt met haar poging haar partij in progressief-liberale hoek te positioneren. En als Halsema dan echt de individuele vrijheid en verantwoordelijkheid centraal wil stellen, en consequent wil kiezen voor jongeren: betekent dat dan dat ze de inzet van D66 steunt om van het afhankelijkheid bevorderende uitkeringsstelsel een springplank naar werk te maken? Is ze bereid te discussiëren over het verhogen van de AOW-gerechtigde leeftijd naar 67? Wil ze gepensioneerden laten meebetalen aan de AOW, zodat ook jongeren van nu er later nog gebruik van kunnen maken? En wat vindt Halsema van de nieuwe WAO? Is Halsema bereid om jongeren zonder diploma en zonder werk niet zomaar een uitkering te geven, maar eerst een opleiding te laten afmaken?

Zomaar wat actuele vragen, die als lakmoesproef kunnen dienen voor het betoog van Halsema. Want dat GroenLinks de mening van D66 deelt als het gaat om een vrijzinnig drugsbeleid, om zaken als abortus en euthanasie, om emancipatie en andere immateriële onderwerpen is geen verrassing. Het wordt pas écht interessant als GroenLinks ook progressieve links-liberale keuzes durft te maken op het terrein van materiele onderwerpen als de sociaal-economische verhoudingen en het milieubeleid. GroenLinks heeft er tot nu toe weinig blijk van gegeven te begrijpen wat het voor de politiek moet betekenen dat Nederland een zeer diverse samenleving is geworden, waar miljoenen verschillende mensen wonen die evenzoveel verschillende opvattingen koesteren en levenskeuzes maken, en die daar het volste recht toe hebben. Want GroenLinks is altijd de kampioen geweest van een sterk interveniërende en sturende rol van de overheid in het persoonlijk leven van mensen – met andere woorden: van positieve vrijheid op zijn slechtst, en heeft de negatieve vrijheid, namelijk de onthouding van ingrijpen in de persoonlijke levenssfeer en de “plicht” voor mensen om zelf te kiezen en verantwoordelijkheid te nemen, altijd met argusogen bekeken. GroenLinks heeft altijd een sterk moralistische, anti-vrijzinnige houding gehad over wat het publieke belang is.

Dit alles roept de vraag op hoe oprecht Halsema nu eigenlijk is. Breekt nu werkelijk, zij het wat laat, het inzicht door dat bijvoorbeeld de inrichting van onze arbeidsverhoudingen en collectieve voorzieningen veel te veel uitnodigde tot geldverkwisting, afhankelijkheid, en bevoordeling van ouderen ten opzichte van jongeren? Als dat zo is, wat deed Halsema dan bij de grote demonstratie op het Museumplein, waar behoudzuchtige politici en vakbondsleiders de kosten van bijvoorbeeld de VUT en het prepensioen probeerden af te wentelen op jongeren? Of draait het hier eigenlijk om een electoraal motief? Heeft Halsema achterom gekeken en gezien dat ze haar achterban kwijt is geraakt aan haar politieke buren PvdA en SP, en geconcludeerd dat ze op zoek moet naar nieuwe kiezers? Dat zou in elk geval een verklaring zijn voor het gebrek aan concrete en heldere voorstellen in het verhaal van Halsema. Want jezelf links-liberaal (of wat dan ook in die orde van grootte) noemen, betekent nogal wat voor je kijk op de rol van de overheid in het persoonlijk leven van mensen, voor de sociaal-economische agenda, en voor vraagstukken als individualisering, vergrijzing, globalisering en integratie bijvoorbeeld. En dan zul je, als je tenminste consistent en niet al te utilitaristisch wilt denken, tot standpunten komen die in de traditionele achterban van GroenLinks, voorzichtig uitgedrukt, tot enige discussie zullen leiden.

Maar ere wie ere toekomt: het initiatief van Halsema om haar partij te bewegen in een politieke richting die voor GroenLinks volstrekt nieuw en onbekend terrein vormt, is moedig. Zelf ben ik al jarenlang betrokken bij allerlei initiatieven voor sociaal-liberale samenwerking, dwars door alle partijen heen. D66-ers zitten nu eenmaal niet vastgeroest in het huidige partijpolitieke stelsel. In zijn pamflet “Op weg naar nieuwe solidariteit”, heeft D66-leider Boris Dittrich het sociaal-liberaal gedachtegoed toegepast op een aantal grote vraagstukken voor het komende decennium. Daarnaast heeft ook hij in het pamflet een open uitnodiging tot samenwerking gedaan aan iedereen die de sociaal-liberale stroming in de Nederlandse politiek wil helpen verbreden en versterken. Als de poging van Halsema om het links-liberalisme te omarmen oprecht is en niet ingegeven door electorale motieven, dan hoop ik op een serieus gesprek.