/

Back to home page

Dutch Politics D66

Spreekteksten Lousewies van der Laan bij debat nationaliteit Ayaan Hirsi Ali

   Wed 17/05/2006

Eerste termijn

 

Voorzitter,

 

het debat dat wij vandaag met de regering voeren gaat over het Nederlanderschap.

 

Maar eerst en vooral spreken wij over een bedreigde, en om het vrije woord vervolgde vrouw. Ayaan Hirsi Ali is een politieke activiste die, om haar houding ten opzichte van het geloof, en om haar boodschap over gelijkberechtiging, emancipatie en het recht van vrouwen om hun eigen levenskeuzes te maken, door sommigen dood wordt gewenst. We hoeven niet te vinden dat haar aanpak of haar argumenten de juiste zijn. Wij vinden hopelijk wel dat haar recht op haar eigen mening door iedereen verdedigd behoort worden.

 

We spreken vandaag ook over een door het volk gekozen vertegenwoordiger. Een door tienduizenden kiezers afgevaardigd Kamerlid. Er zijn mogelijk staatsrechtelijke implicaties verbonden aan een besluit van de regering over de status van dat Kamerlid, nu het gevolg daarvan is dat zij haar lidmaatschap van gekozen volksvertegenwoordiging moet opgeven. Een niet te verwaarlozen element in deze discussie, die de zaak van Ayaan op zichzelf al anders maakt dan andere gevallen. Ik hoop dat de regering straks, in haar beantwoording, aan dit aspect ruime aandacht zal besteden.

 

Maar voordat ik in ga op de juridische en staatsrechtelijke aspecten wil ik meteen duidelijkheid geven over de inzet van D66 bij dit debat: als het aan D66 ligt krijgt Ayaan, nog vóór het einde van deze week een gloednieuw Nederlands paspoort thuisbezorgd. Met de complimenten van de Nederlandse regering.

 

Want ik vind het onbegrijpelijk dat Nederland er niet in slaagt om een bedreigde en vervolgde vrouw en volksvertegenwoordiger een veilig huis te bieden. Ik vind het onbestaanbaar dat Ayaan nu op deze manier het land zou moeten verlaten. En ik schaam mij diep dat veel mensen dat wel prima lijken te vinden. Zij staan voor een kleinzielig en krampachtig Nederland. Wie zich blind wil staren op regels, wie niet in staat is de menselijke maat te houden, wie alleen maar bang is voor alles wat van buiten komt, is bij D66 aan het verkeerde adres.

 

Gelijke monniken, gelijke kappen? Regels zijn regels? Nee. Zo eenvoudig mag niemand naar deze kwestie kijken. Natuurlijk, er zijn meer mensen, onbekenden vaak, die met gelijksoortige problemen te maken krijgen als het gaat om hun naturalisatie. En hoezeer onze sympathie ook bij die, minder de aandacht vragende menselijke drama’s ligt: niet elke monnik draagt de kap van bespotting, beschimping en vervloeking, de kap van vrees voor het eigen leven die Ayaan dagelijks draagt.

Het is van groot belang dat bestuurders de regels toepassen. Maar het is van nog veel groter belang dat de toepassing van de wet altijd onderworpen is aan de regels van barmhartigheid, van menselijkheid, van redelijkheid.

Iedereen is gelijkwaardig. Maar niet alle gevallen zijn gelijk. Een minister doet er goed aan om de macht waarover zij beschikt altijd uit te oefenen met de wijsheid die daar onlosmakelijk bij hoort. 

 

De besluiten die de regering gaat nemen in deze zaak hebben bovendien verder reikende implicaties dan de het lot van Ayaan alleen. De laatste paar jaar is veel schade toegebracht aan de naam die Nederland altijd had op te houden als een open, vrijzinnige, tolerante natie, die de blik naar buiten gericht hield.

 

Al sinds de dagen van Erasmus geldt Nederland in de wereld als baken van humaniteit. De beslissing van de minister brengt ons imago nu al verdere schade toe. Is Den Haag niet de mensenrechtenhoofdstad van de wereld? Laat onze reputatie als intellectuele en internationale vrijhaven, die begon met Erasmus, toch niet eindigen met Rita Verdonk.

 

Voorzitter,

 

ik kom op de juridische vragen:

 

Laat duidelijk zijn wat hier vandaag níet aan de orde is: eventuele onwaarheden in het vluchtverhaal van Ayaan Hirsi Ali. De nu ontstane onduidelijkheid rond haar Nederlanderschap vloeit voort uit een uitspraak van de Hoge Raad, waardoor iemand die bij naturalisatie een onjuiste naam opgeeft, nooit Nederlander is geworden. Er schijnt echter wel een mogelijkheid te zijn om af te wijken van die regel – bijvoorbeeld als er naam in de praktijk gevoerd wordt en het dus duidelijk is van wie de naam is – het lijkt mij in dit geval meer dan dudeilijk om wie het gaat. Waarom heeft de minister van de afwijkingsmogelijkhied  geen gebruik van gemaakt?

 

Hoe kan een minister die zich afficheert als duidelijk, recht door zee en consequent eerst Ayaan de verzekering geven dat ze niets te vrezen heeft en vervolgens – 48 uur later – haar laten weten dat ze geen Nederlander meer is? Waarom heeft de minisiter 3 jaar niets gedaan met de beschikbare informatie, om vervolgens binnen 48 uur een zeer vergaande uitspraak te doen?

 

Naar het inzicht van mijn fractie beschikt de minister in de Rijkswet op het Nederlanderschap over voldoende mogelijkheden om Ayaan, op grond van bijzondere omstandigheden, versneld te naturaliseren. Deze omstandigheden doen zich, zoals ik heb geprobeerd te verwoorden, in meer dan overvloedige mate voor. Laat de regering vandaag nog het besluit nemen dat recht doet aan Ayaan, en aan onszelf. Gezien de snelle werkwijze van de IND dezer dagen moet dat paspoort er vrijdag kunnen liggen.

 

Om dat te bereiken is D66 voornemens een motie in te dienen, gericht op snelle naturalisatie van Ayaan Hirsi Ali.

 

 

 

Tweede termijn

 

Voorzitter,

 

de minister heeft in haar termijn geprobeerd de Kamer ervan te overtuigen dat er sprake is van nietigheid als het gaat om het Nederlanderschap van Ayaan Hirsi Ali, en dat haar geen afwegingsruimte ter beschikking staat om tot een ander oordeel te komen.

 

D66 deelt die opvatting van de minister, vooralsnog, niet. En bovendien heeft de minister, naar het oordeel van mijn fractie, blijk gegeven van een aanpak van dit dossier die wij tenminste als onzorgvuldig zouden willen kenschetsen.

 

In de eerste plaats bleek tijdens het debat dat Ayaan de Nederlandse nationaliteit wellicht nog wel heeft. Zij had haar kamerlidmaatschap dus helemaal niet op hoeven te zeggen. Aan de antwoorden op de vragen van dhr Nawijn kan op zijn minst de indruk worden ontleend dat het tegenovergestelde het geval is.

 

Een tweede onzorgvuldigheid heeft betrekking op het onderzoek dat de minister heeft ingesteld naar aanleiding van de uitzending van Zembla. In het debat is komen vast te staan dat de minister niet heeft onderzocht of Ayaan Hirsi Ali door het verlies van haar nederlanderschap statenloos zou worden. Ook heeft zij niet onderzocht wat de staatrechtelijke implicaties kunnen zijn van het verlies van het nederlanderschap voor een lid van de tweede kamer der staten generaal.

 

Tenslotte is komen vast te staan dat in dit uitzonderlijke geval de minister heeft nagelaten overleg te voeren met de ministerraad en dat zij de minister-president uitsluitend geïnformeerd heeft over haar handelswijze.

 

Voor wat betreft de afwegingsvrijheid heeft de minister mijn fractie niet kunnen overtuigen dat zij daarover in gevallen als deze niet beschikt. D66 is van mening, voor zover wij de feiten nu kunnen overzien, dat die afwegingsvrijheid wel degelijk bestaat, dan wel zou horen te bestaan. Vanzelfsprekend  geldt dat niet alleen in het geval van Ayaan, maar in alle vergelijkbare gevallen. D66 is van mening dat bij elk verlies van nederlanderschap afdoende rechtsbescherming noodzakelijk is en dus de minister altijd een expliciete afweging moet kunnen maken.

 

Mijn collega Van Beek heeft zojuist een motie ingediend die wij mede hebben ondertekend. Onze interpretatie van de motie is drieledig. Eén, wij gaan ervan uit dat van nietigheid zonder afwegingsvrijheid geen sprake in het geval van Ayaan Hirsi Ali. Twee, onze interpretatie is tevens dat dat in alle gelijksoortige gevallen niet anders is. Drie, dat de minister wordt opgeroepen om binnen de kortst mogelijke termijn zeker te stellen dat Ayaan Hirsi Ali Nederlander is. Wil de minister bevestigen dat onze interpretatie van deze motie ook de hare is.