/

Back to home page

Europe D66 European Parliament

Grondige herziening hulpbeleid nodig voor geloofwaardigheid EU

   Thu 13/01/2000

De buitenlandse hulpprogramma´s van de Europese Unie worden gekenmerkt door ineffectiviteit, vertragingen en een gebrek aan geloofwaardigheid. D66 Europarlementariër Lousewies van der Laan geeft aan welke hervormingen nodig zijn om Europa geloofwaardig te maken op het wereldtoneel.

De Europese Unie is de grootste hulpdonor ter wereld. Van noodhulp en kennisoverdracht tot wederopbouw en macro-economische steun: Europa spreekt niet alleen mooie woorden maar levert ook boter bij de vis. Helaas hebben de Europese hulpprogramma's wereldwijd ook de reputatie traag, bureaucratisch, ondoelmatig en inflexibel te zijn. Natuurlijk, de meerderheid van de hulp is wel degelijk effectief en op tijd, maar uitglijders hebben regelmatig geleid tot vernietigende jaarverslagen van de Europese Rekenkamer en negatieve krantekoppen. Dit ondermijnt de politieke geloofwaardigheid van de Unie en demotiveert hardwerkende betrokkenen. Daarom moet het voor de nieuwe Europese Commissie nu topprioriteit zijn om alle hulpprogramma's van de EU drastisch te herzien.

De timing kan niet beter. Ten eerste is de nieuwe commissaris voor externe betrekkingen, Chris Patten, een ervaren zwaargewicht die nu zeggenschap heeft over bijna alle aspecten van de buitenlandse hulp, waar dat vroeger over vier commissarissen verdeeld was. Ten tweede zal de nieuwe Commissie aan een sterker en invloedrijker Europees Parlement moeten bewijzen dat er serieus iets gedaan wordt aan verspilling en wanbeleid. En tot slot zullen de lidstaten, die zojuist de heer Solana hebben benoemd tot 'Mr. Buitenlands Beleid' van de EU, hun politieke ambities vertaald willen zien in effectief optreden door de Commissie. Volgende week zal het Europees Parlement de Commissie vragen om op 31 maart 2000 met een eerste blauwdruk te komen voor hervorming van de externe bijstandsprogramma's. Hier zijn enkele suggesties om het proces verder te helpen.

Eerst en vooral moet Europa leren om prioriteiten te stellen. In Rusland is de Commissie betrokken bij bijna ieder beleidsterrein, van energie en transport, via democratie en mensenrechten, tot de ontwikkeling van kleine en middelgrote ondernemingen en onderwijs. In Gaza is de EU een ziekenhuis aan het bouwen; in Istanbul worden culturele uitwisselingen georganiseerd; in Ghana watervoorzieningen verbeterd; en overal ter wereld worden verkiezingen gecontroleerd. Externe bijstand is dus dun verspreid over een grote variatie aan sectoren. Een beperkt aantal medewerkers moet expertise opbouwen op zeer veel beleidsterreinen, waardoor men te afhankelijk wordt van externe consultants. Om de effectiviteit van initiatieven en middelen te verbeteren moet hulp beperkt worden tot een klein aantal beleidsterreinen. De eerste keuze van Europa zou voor democratie en mensenrechten moeten zijn. We zijn immers niet alleen maar een Unie van economische belangen, maar vooral een Unie van gedeelde waarden. Ten tweede moet de EU kiezen voor sectoren die zichzelf niet kunnen redden, en de rest overlaten aan de markt. De aandacht moet gericht worden op het milieu, onderwijs en volksgezondheid, en niet ook nog op energie, telecommunicatie en transport. In die laatste drie sectoren kan veel geld verdiend worden en marktkrachten werken daar effectiever dan bureaucraten. De EU moet echter de markt wel een helpende hand bieden bij het opzetten van een wettelijk kader waarbinnen deze kan gedijen. Wanneer deze drie beleidskeuzen eenmaal gemaakt zijn moet Chris Patten daaraan vasthouden, en zich niet laten verleiden om nieuwe sectoren op te nemen.

Behalve het stellen van deze prioriteiten moet de Commissie ook gaan optreden als een eenheid. Een veel gehoorde klacht over Europese hulpprogramma's is hun onzichtbaarheid. Toch is EU-hulp van betere kwaliteit dan Amerikaanse hulp én Europa is royaler. Maar de EU- programma's hebben een veelvoud aan bizarre namen als Tacis, Phare, Meda en Echo, waardoor niet duidelijk is dat ze allemaal van dezelfde donor afkomstig zijn. De programma's van de VS worden gewoon aangeduid met de niets aan de verbeelding overlatende naam 'US AID'. Is het dan een verrassing als de impact van EU-hulp veel kleiner is dan die van de Amerikanen? Unie-hulp is meer geënt op effectiviteit dan op show. Zo is het en zo moet het vooral blijven. Maar Europa moeten oog krijgen voor het belang van de presentatie en er meer "bang for the buck" uit halen. Van de broodnodige hervormingen moet een deel daarom gericht zijn op het creëren van een enkele EU 'corporate identity'. Er moet één naam komen en één logo dat onmiddellijk herkenbaar is als Europees en dat consequent gebruikt wordt over de hele wereld.

De sleutel tot efficiënte uitvoering is flexibele procedures. In het Tacis-programma slaagde het management erin om de besluitvorming van 15 maanden terug te brengen tot negen maanden. Daarvan waren er echter drie gereserveerd voor vertalingen, vereist door de omslachtige regels die waren opgelegd door de lidstaten, inclusief Nederland. Het laat zien dat de lidstaten nog steeds meer interesse hebben in een zo groot mogelijk stuk van de genereuze hulptaart, dan om daadwerkelijk de hulp bij de begunstigden te krijgen. Hun eerste vraag is: "Zit er voor mij wat in?", in plaats van "Zit er voor het te helpen land wat in?" De som van al deze nationale vlagen van egoïsme is schadelijk voor de hulpinspanningen van de Unie als geheel. Lidstaten moeten de Commissie de ruimte geven om gewoon aan het werk te gaan, in plaats van te vragen om een Spaans contract voor ieder Duits contract dat getekend wordt.

Nu is het moment voor radicale hervormingen. Commissaris Patten zal het moeten opnemen tegen een Raad van Ministers die zich iedere keer als de details besproken worden verliest in kleingeestige kortzichtigheid. Het Europees Parlement zal hem bij dat alles goed in de gaten blijven houden, maar ook Nederland moet met visie en kracht de hervormingen ondersteunen.