/

Back to home page

Weinig Europese politici wagen zich in het mijnenveld van de discussie over vrede in het Midden-Oosten. Het conflict is moeilijk te begrijpen, er valt weinig te winnen en voor je het weet, word je in één van de twee kampen ingedeeld. Als we een einde willen maken aan de geweldsspiraal is echter actie nodig, vindt Lousewies van der Laan. Met een combinatie van begrip voor beide partijen, kritiek op beide partijen en Europese samenwerking bij het handhaven van internationaal recht kunnen politici, ook de Nederlandse, een bijdrage leveren aan duurzame vrede.

Iedereen weet wat de oplossing is voor vrede in het Midden Oosten, maar niemand slaagt erin die oplossing dichterbij te bengen. Ariel Sharon, George Bush, alle Europese premiers en de Palestijnse leiders weten wat de oplossing is, maar stappen zetten om er te komen, schijnt onmogelijk te zijn. De oplossing is vastgelegd in verschillende VN-resoluties en bevestigd door alle betrokken partijen : twee onafhankelijke staten die in veiligheid en vrede naast elkaar leven ongeveer langs de zogenaamde grenzen van 1967. Alle Israëlische nederzettingen dienen te worden ontmanteld, met uitzondering van de grootsten, vlakbij de grens, die worden geruild voor land elders. Jeruzalem wordt een gedeelde stad waarin de drie monotheïstische godsdiensten vreedzaam naast elkaar bestaan. En voor de Palestijnse vluchtelingen wordt een redelijke oplossing gevonden. Als de plannen de richting zo duidelijk aangeven waarom gebeurt er dan zo weinig? En waarom lopen de meeste politici met een grote boog om het onderwerp heen?

Politiek mijnenveld

Het Midden Oosten is een politiek mijnenveld. Elke opmerking, zeker als er inhoudelijk stelling wordt genomen, brengt het risico mee dat één partij negatief reageert. Politici vinden dat riskant, want het kan stemmen kosten. Zelfs met de beste bedoelingen zul je als politicus in een hokje geplaatst worden. Een uitspraak die sympathie toont voor de Israeli’s maakt iemand in die visie onderdeel van de Joodse Lobby; begrip voor de Palestijnen degradeert je tot antisemiet of terroristensympathisant.

Veiliger is het om óf niets te zeggen, óf te vervallen in gemeenplaatsen waar niemand aanstoot aan neemt, dan wel wat lawaai te maken maar verder niets te ondernemen. Andere politici trekken zich terug bij hun “veilige” achterban, waar iedereen het toch met elkaar eens is. Zo worden stellingen betrokken die – net als in het Midden Oosten – verworden tot onneembare vestingen en waar de dialoog ver te zoeken is. Ik heb veel collega's die schande spreken over de Palestijnse zelfmoordaanslagen, maar slechts weinigen (waaronder ikzelf) brengen dat standpunt over aan de Palestijnse leiders die er ook echt iets aan kunnen doen. Natuurlijk zijn er moedige initiatieven zoals “Een ander Joods Geluid” en de Palestijnse mensenrechtenorganisatie LAW, die kritiek hebben op de eigen kring, maar helaas blijft dat een minderheid. Politici zitten er nauwelijks bij.

Moed

Toch is er een manier voor politici om door het mijnenveld te lopen als ze daar de moed voor hebben. Het vergt begrip, vasthoudendheid en erg veel energie om steeds weer dezelfde discussies te voeren. De 2730 doden en talloze gewonden sinds de tweede Palestijnse opstand eisen mijns inziens dat politici die moed opbrengen en zich niet blijven verschuilen in hun veilige schuttersputjes. Want niets doen is ook een keuze. Dit werd prachtig verwoord door de voorzitter van de Knesset, Avraham Burg, toen ik hem vroeg waarom Israël Marwan Barghouti arresteerde wegens vermeende betrokkenheid bij bomaanslagen terwijl hij waarschijnlijk een betere partner voor een oplossing zou zijn dan Jasser Arafat. Burg antwoordde: “Als je ziet dat er onrecht geschiedt en je reageert niet, dan ben je onrecht stilzwijgend aan het goedkeuren. Zo word je medeplichtig.” Op de reactie van mijn Britse conservatieve collega dat Europa dezelfde houding moest hebben ten aanzien van de Israëlische nederzettingenpolitiek moest Burg het antwoord schuldig blijven.

Politici moeten dus optreden. Hierbij een paar suggesties voor iedereen die het wel aandurft en zich niet neer wil leggen bij de spiraal van geweld.

Begrip voor beide partijen

Om een geloofwaardige gesprekpartner te zijn moet je begrip hebben voor beide partijen. Het gaat hierbij niet om politieke retoriek, maar om echt begrip, anders kun je het niet volhouden. De duur en de ernst van het conflict wordt in belangrijke mate veroorzaakt doordat het gerechtvaardigd belang van de éne partij lijnrecht lijkt te staan tegenover het gerechtvaardigd belang van de ander. Beide belangen kunnen met een beroep op de geschiedenis worden gelegitimeerd. Zo kan een verantwoordelijk politicus in Israël met recht stellen dat Israël zijn land en burgers moet verdedigen, ook als daarvoor de vrijheden en rechten van de Palestijnen ernstig worden ingeperkt. Tegelijkertijd kan een Palestijn die jaren in een vluchtelingenkamp heeft gewoond met net zoveel kracht beweren het recht te hebben om terug te keren naar zijn huis en geboortegrond. Met een beroep op de geschiedenis of gerechtvaardigd belang komt een oplossing voor het Midden-Oostenconflict dus niet dichterbij. Maar het is wel het beginpunt voor begrip.

Ten tweede moet men begrijpen dat beide partijen volledig het vertrouwen in de ander verloren hebben. Na de vele zelfmoordaanslagen zijn er nog weinig Israëli´s die geloven dat de Palestijnen echt vrede willen. Na vele gebroken beloftes, met name over de uitvoering van de Oslo akkoorden en een wrede nederzettingenpolitiek geloven nog maar weinig Palestijnen dat men met de Israëli's zaken kan doen. Er groeit een generatie Israëli's op die nog nooit een Palestijn heeft ontmoet behalve als huishoudelijke hulp of als verdacht figuur die wordt aangehouden voordat hij op een bus stapt. Er groeit een generatie Palestijnen op die maar twee soorten Israëli's kent: soldaten en kolonisten. Beide zijn gewapend en hen vijandig gezind. Ook voor dat diepe wederzijdse wantrouwen moet je begrip opbrengen. Veroordeling beide partijen

Begrip voor twee partijen betekent ook kritiek durven hebben op beide partijen. We moeten daar consequent in zijn anders wordt het ongeloofwaardig. Van beide partijen moeten serieuze inspanningen worden geëist. Waar ze falen, moeten ze daarop aangesproken worden.

De Palestijnse Autoriteit moet veel harder optreden tegen de zelfmoordaanslagen. Terroristen zijn geen helden maar moordenaars en moeten ook zo benaderd worden. Er wordt weinig opgetreden om bijvoorbeeld posters neer te halen die zelfmoordenaars verheerlijken. Die hangen ook in publieke gebouwen zoals ziekenhuizen . Daarnaast moet de PA hervormen: de veiligheidsdiensten dienen te worden geïntegreerd en onder democratische controle geplaatst en corruptie moet worden uitgebannen. Pas als de Palestijnse bevolking vertrouwen krijgt in haar leiders zullen ze ook bereid zijn hen te volgen in een vredesoplossing. Tot die tijd zal de verarmde, vernederde en wanhopige bevolking haar hoop richten op terroristen zoals die van de Hamas en Islamitische Jihad. Vooral Hamas kan op veel sympathie rekenen omdat ze medische hulp en scholing biedt, juist die diensten waar de Palestijnse regering tekort schiet. Alleen een succesvolle Palestijnse regering kan steun voor terroristen ondermijnen.

Mede daarom moet Israël een einde aan de politiek van de economische wurging en vernedering maken. Regelmatig worden Palestijnse gebieden afgesloten van Israël en van elkaar. Kinderen kunnen niet naar school, zwangere vrouwen bevallen bij militaire controleposten in plaats van in een ziekenhuis en mannen kunnen niet werken. De werkloosheid onder Palestijnen is opgelopen tot 35% en meer dan 1 miljoen Palestijnen leven onder de armoede grens van 2.1 dollar per dag. Deze economische wanhoop blijkt een uitstekende voedingsbodem voor terroristen.

Ook moet Israël de terugbetaling van douaneheffingen aan de Palestijnen hervatten zodat de Palestijnse regering functionerende ziekenhuizen en scholen kan onderhouden. Het is niet erg consequent om de Palestijnse Autoriteit te verwijten dat ze te weinig doen tegen terroristen om ze vervolgens niet het geld te betalen - wat hun wettelijk toekomt - om salarissen van de politie te betalen. Nu moet de begroting worden bijgevuld met Europees geld dat we liever zouden gebruiken voor ontwikkelingsprojecten.

Tot slot moet een begin worden gemaakt met de ontmanteling van de nederzettingen zoals de premierskandidaat van de Arbeiderspartij Mitzna, thans burgermeester van Haifa, ook voorstelt. Het blijft onaanvaardbaar dat de internationale gemeenschap toestaat dat nederzettingen zich nog steeds uitbreiden. Niet alleen omdat ze illegaal zijn, maar zeker ook omdat ze voor de Palestijnen een dagelijks teken vormen dat internationaal recht kennelijk niet wordt toegepast op Israël. Dat kweekt wanhoop en leidt ertoe dat mensen het recht in eigen hand gaan nemen..

Een Europese rol

Nederland kan een bijdrage aan de oplossing van het conflict leveren. Dat heeft echter alleen nut in Europees verband. De enige serieuze buitenlandse kracht in het conflict tot heden is de VS. Daar moet mijns inziens een sterke Europese visie tegenover staan. De Amerikaanse houding heeft nog niets bijgedragen aan een oplossing. Er is nog geen mensenleven gered. Erger nog, in veel Arabische en islamitische landen ontstaat een anti-Amerikaans sentiment dat gevoed wordt door de Amerikaanse houding ten aanzien van het conflict. Anti-Amerikaans wordt al snel anti-westers, waardoor het nog moeilijker zal worden democratie, respect voor mensenrechten en andere belangrijke waarden te introduceren in die landen. Wie een visie heeft voor een betere wereld waarin deze waarden centraal staan zal vechten voor een Europese rol naast de Amerikaanse.

Als Europa een constructieve bijdrage wil leveren voor vrede in het Midden Oosten moet het met één stem optreden. Al jaren probeert Europa een rol van betekenis te spelen in het conflict in het Midden Oosten, maar veel van wat we doen is voor de Bühne. Als grootste donor aan Palestina en belangrijkste handelspartner van Israël moet er toch iets meer kunnen gebeuren dan overleggen en verklaringen afgeven. Is het gebrek aan politieke wil, gebrek aan visie of angst voor je eigen mogelijkheden? Wat komt er terecht van de Europese "roadmap" als wij niet bereid zijn de partijen onder druk te zetten om vrede tot een realiteit te maken?

Europa verschuilt zich momenteel achter haar verdeeldheid en komt daar mee weg omdat het buitenlands beleid zich afspeelt in de gesloten achterkamertjes van de ministers in Brussel. Er is geen visie en geen politiek wil om Europa enige rol van betekenis te laten spelen. VVD Kamerlid Weisglas typeerde het beleid toen hij stelde dat de rol van Nederland en Europa zich moet beperken tot het ondersteunen van de VS. Dat betekent dus niets doen terwijl er doden vallen. Ik vind dat niet acceptabel.

Ik ben voorstander van een echte Europese visie waarbij internationaal recht centraal staat. Zeker Nederland, als hoedster van het Internationale Gerechtshof, het Internationale Strafhof en vele tribunalen, zou het voortouw moeten nemen om deze visie in werkelijkheid om te zetten. Met beroepen op emoties, de geschiedenis en godsdienst is er nog weinig bereikt. Internationaal recht biedt een aanknopingspunt voor een duurzame vrede en een betere wereld.

Internationaal recht

Juridisch gezien moet het beginpunt liggen bij de Verenigde Naties. In talloze VN resoluties staan de hierboven reeds genoemde oplossingen. Europa moet druk uitoefenen op beide strijdende partijen om naar deze oplossing toe te werken. Partijen die dat niet doen moeten daar consequent op aangesproken worden en als er geen verbetering optreedt moeten sancties niet geschuwd worden.

Het tweede juridische aanknopingspunt is het zogenaamde EU - Israël Associatieakkoord dat de Europese Unie op 20 november 1995 met Israël sloot. Dit verdrag heeft primair tot doel de handel tussen de Europese landen en Israël gemakkelijker te maken. Middel daartoe is het wederzijds opheffen van invoerrechten. Het Associatieakkoord bevat ook teksten over gezamenlijke waarden en normen, Israël is immers de enige westerse democratie in de regio en dat moeten we steunen. Zoals alle Associatieakkoorden die de EU met andere landen heeft gesloten bevat het akkoord ook een mensenrechtenclausule, waaruit blijkt dat respect voor fundamentele rechten de grondslag van het akkoord is.

Uit rapporten van mensenrechtenorganisaties blijkt niet alleen dat de staat Israël fundamentele mensenrechten schendt, maar zelfs dat dit op grote schaal al jarenlang gebeurt. Toch is er geen grote politieke druk om het akkoord op die basis op te schorten. Dat is deels omdat men het niet politiek opportuun acht, maar deels ook omdat men met veel ergere landen dit soort akkoorden heeft (Egypte, Marokko) en dat daar ook niet wordt opgetreden. Het is onaanvaardbaar dat de clausules niet serieus worden genomen door Europese politici, maar vooralsnog is dat de politieke realiteit.

Wat echter onbegrijpelijk is, is dat Europa al jaren toestaat dat Israël de 'origine-regels' van het akkoord schendt. Volgens deze 'origine-regels' mag Israël producten uit de Israëlische nederzettingen in de bezette Palestijnse gebieden niet verkopen alsof ze afkomstig zijn uit Israël zelf. Er is ondertussen bewijs geleverd door verschillende Europese douane autoriteiten dat dit toch gebeurt. Israël confisqueert land van Palestijnse boeren en laat kolonisten de dadels of olijven oogsten om die vervolgens met een "Made in Israel"-label onder gunstigere voorwaarden in de EU te importeren. De Europese Commissie heeft Israël hierop aangesproken en glashard te horen gekregen dat Israël de nederzettingen als Israëlisch grondgebied beschouwt. De Europese regeringen reageren niet en stemmen daarmee dus in met deze schending van haar eigen akkoord. Daarmee worden wij medeverantwoordelijk voor het voortzetten van de kolonisatie-politiek, een van de grootste obstakels voor vrede.

Een veel gehoord argument waarom we bij de schending van de origine-regels de andere kant op zouden moeten kijken, is dat het openlijk constateren van de schendingen automatisch het opschorten van het handelsakkoord zou betekenen. Dat wordt dan een handelsboycot tegen Israël genoemd. Dat is pertinent onjuist. Handel met Israël kan ook na het opschorten van het Associatieakkoord gewoon doorgang vinden, alleen niet onder de gunstige voorwaarden van het akkoord. Daarmee zou Europa aangeven op te komen voor haar eigen regels.

Het Europees Parlement riep overigens op 10 april 2002 in een resolutie over de situatie in het Midden Oosten de Raad van Ministers op om het Associatieakkoord met Israël wél op te schorten en haar eigen regels serieus te nemen. Maar de Raad van Ministers heeft geen gehoor gegeven aan deze oproep. Nederland geldt daarbij overigens als één van de grootste dwarsliggers.

Respecteren gedragscode wapenexport

Op 8 juni 1998 hebben de Europese Ministers unaniem een Europese Gedragscode voor Wapenexport aangenomen. Deze Gedragscode verbiedt de verkoop van wapens aan landen die buitengerechtelijke executies uitvoeren of aanspraken maken op andermans grondgebied. Vanzelfsprekend worden geen wapens geleverd aan de Palestijnen. Echter, de EU heeft Israël regelmatig veroordeeld vanwege buitengerechtelijke executies en vanwege de illegale bezetting. Tot een wapenembargo is het ondanks eisen van het Europees Parlement echter niet gekomen. In de praktijk gaat het hier veelal om doorvoer door Europese havens, zoals Rotterdam, van Amerikaanse wapens die ingezet kunnen worden tegen burgers in de regio. Hoe gevoelig dit ligt illustreert de recente commotie rond de eventuele Duitse leveranties van Fuchs voertuigen aan Israël. Toen bleek dat het niet om defensieve wapens ging, maar om wapens die tegen burgers ingezet zouden kunnen worden weigerde Duitsland de levering. Het is jammer dat individuele landen zich hier kwetsbaar moeten maken in plaats van dat Europa gezamenlijk optreedt.

De meeste lidstaten van de Unie hebben al een de facto moratorium op wapenexport naar de regio, maar Europa als geheel blijkt niet in staat deze bilaterale acties tot een coherent Europees beleid om te zetten. Het is onacceptabel dat Europese landen een partij in een dergelijk bloedig conflict van wapens voorzien. Ook hier is de geloofwaardigheid van Europa in het geding.

Europa moet optreden

Momenteel speelt Europa in politiek opzicht nauwelijks een rol in het conflict. Herhaaldelijk heeft Europa geroepen dat de Israëlische troepen zich moeten terugtrekken uit de bezette gebieden, dat het koloniseren onmiddellijk moet worden gestaakt en dat er een einde moet komen aan extra-judiciële executies. De Palestijnen moeten harder hervormen en beter optreden tegen zelfmoordacties. Nooit is hieraan gehoor gegeven. Natuurlijk, Europa is verdeeld. Maar géén maatregelen nemen is ook een beslissing. Europa mag haar verantwoordelijkheid niet langer ontlopen.

Als Europa als serieuze gesprekspartner voor vrede gezien wil worden moet zij ook bereid zijn haar economische macht in te zetten ten dienste van vrede en mensenrechten. Met internationaal recht in de hand moeten moedige politici blijven vechten voor een duurzame vrede anders zijn ze geen knip voor hun neus waard.