/

Back to home page

Europe D66 European Parliament Personal

Een jaar politica

   Wed 17/05/2000

Terugblik op het eerste jaar Europees Parlement voor Platform, het periodiek van D66 afdeling Oegstgeest.

Het was een vreemde gewaarwording. Na maanden intensief campagne voeren werden Bob van den Bos en ikzelf lid van het Europees Parlement. Er was geen officiële beëdigingceremonie of eedaflegging. Om middernacht werden we, al slapende lid van het Europees Parlement, of MEP (Member of the European Parliament) zoals we hier worden aangeduid.

Aan het begin van elke mandaatperiode worden de posities in het EP verdeeld. Elke Europarlementariër kan zitting nemen in twee of drie van de parlementaire commissies. In deze commissies vindt het meeste politieke handwerk plaats. Omdat de Europese instellingen vrij hiërarchisch zijn ingesteld, is het belangrijk voor D66 om hier goede posities te bemachtigen. We kunnen rustig stellen dat dit is gelukt. Mijn collega Bob van den Bos is woordvoerder van hele liberale fractie (51 zetels) op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Zelf ben ik gekozen tot vice-voorzitter van de commissie begrotingscontrole van het Parlement. Dat is politiek een interessante functie, omdat het goedkeuren van de Europese begroting een van de machtigste wapens van het Parlement is. Ook vertegenwoordigen wij D66 in de commissies die zich bezig houden met milieu en consumentenbescherming, gelijke rechten, burgerklachten en constitutionele zaken van de Europese Unie.

Het D66-euroteam is hecht. Samen met onze medewerkers hebben we gezocht naar een goede balans tussen het parlementaire handwerk en het bedenken van creatieve acties om wat te veranderen in het Europese. Als je er als europarlementariër voor zorgt dat je vaak in Nederland bent, ben je je er voortdurend bewust van de afstand die er bestaat tussen de Europese politieke discussie en de manier waarop er in Nederland tegen Brussel wordt aangekeken. Dat is in onze optiek geen probleem dat wordt veroorzaakt door de mensen in Nederland, maar door de manier waarop Brussel functioneert. Om daar verandering in te brengen moet je als kleine fractie uit een klein land creatief zijn. Zo proberen we nu om, door een stukje van het reglement te gebruiken dat iedereen leek te zijn vergeten, een einde te maken aan vrijdagochtend vergaderingen in Straatburg waarbij bijna niemand aanwezig is. Door zelf interne documenten op internet te zetten (via de website www.OpenUpEurope.com) proberen we het parlement te dwingen om meer openheid te betrachten. Als er nog D66’ers zijn met creatieve ideeën die kunnen meehelpen om het Straatsburgse verhuiscircus af te schaffen, dan horen we dat graag!

Hoewel je als europarlementariër net wat meer mogelijkheden hebt voor dit soort creatieve acties, besteed ik het leeuwendeel van mijn tijd natuurlijk aan het ‘traditionele’ wetgevende werk. Sinds het Verdrag van Amsterdam heeft het EP op heel veel terreinen het laatste woord gekregen. Milieubescherming, genetische manipulatie en voedselveiligheid zijn daar voorbeelden van. Dat betekent dat er ontzettend veel werk is te doen voor een tweepersoons fractie, omdat dit bij uitstek terreinen zijn waar het D66-geluid node gemist kan worden. Wat dat betreft, hebben we geluk dat we in de liberale ELDR-groep in het parlement zijn aangesloten. De ELDR is de echte middengroep in het Parlement. Ook is het duidelijk dat D66 de linksbuiten van de fractie is en de VVD de rechtsbuiten. De ELDR is vanwege zijn grootte en politieke positionering bijna altijd nodig om een meerderheid te vormen in het parlement. Hoewel we zo’n vier keer zo klein zijn als de groepen van de socialisten (PvdA) en conservatieven (CDA), is er geen enkele groep in het EP die deze periode zoveel stemmingen heeft ‘gewonnen’ als de ELDR. Door de ELDR-groep van het D66 standpunt te overtuigen, kunnen we een grote invloed hebben op de standpunten van het hele parlement. Op deze manier kunnen we als kleine fractie, met niet meer dan 2 van 626 parlementariërs, toch voor een duidelijke D66-invloed zorgen op de Europese politiek.