/

Back to home page

Personal

Meisjes van 30: Lousewies van der Laan

   Wed 27/07/2005

Dit interview is eerder verschenen in Esta. Tekst: Ernest Marx.

‘Ik zou niet kunnen vrijen met iemand die voor de doodstraf is’

Tweede-Kamerlid Lousewies van der Laan (39) heeft moeite met genieten. Tot voor kort zag ze zelfs eten als een noodzakelijk kwaad. ‘Ik voel erg de behoefte om de wereld een beetje beter achter te laten dan ik ’m gevonden heb. Dan maakt het mij niet veel uit of mijn naamkaartje eraan hangt. Hoewel je daardoor wel meer invloed krijgt en dus meer kunt bereiken. Naamsbekendheid is een middel om een ander doel te bereiken, om dingen te kunnen verbeteren. Dát is mijn drijfveer. Ik zie vaak misstanden waarvan ik denk: waarom wordt daar niets aan gedaan? Vroeger zat ik me daar gewoon aan te ergeren, nu heb ik ook de functie om er iets aan te doen. Ik zie vluchtelingen in Darfur, maar die idioten in de Veiligheidsraad zijn nog steeds aan het steggelen over het woord ‘genocide’. Terwijl het overduidelijk genocide is. Maar mijn ergernis zit ook op andere niveaus. Iemand die bij ons in de buurt zijn vuilniszakken op de verkeerde dag buitenzet, bijvoorbeeld. Ik wil dan weten wie dat is, zodat ik kan zeggen dat bij ons de vuilnis alleen op donderdag wordt opgehaald. Als je dan te laat bent, hou je die vuilnis maar gewoon bij je. Waarschijnlijk is dat trekje genetisch, want mijn moeder bemoeit zich ook overal mee.’ ‘Ik ga dus niet schoonmaken’ Als ze in haar werk succes boekt, kan Lousewies daar niet echt van genieten. ‘Hoogstens tien minuten. Daarna kijk ik meteen weer naar de volgende uitdaging. Dat is een slechte eigenschap van mij. Ik moet me er bijna toe zetten om een succes te vieren. Ik heb een calvinistische inslag.’ Van andere dingen in het leven kan ze inmiddels wel genieten, hoewel ze dat heeft moeten leren. ‘Kleine dingen, zoals lekker eten en de tijd voor elkaar nemen. Mijn man is een echte bourgondiër. Toen ik hem ontmoette, zei ik: als er een pil zou bestaan die ik kon nemen zodat ik de rest van de dag niet meer zou hoeven eten, zou ik dat zo doen. Hij zag onze relatie somber in. Ik heb eten altijd als een noodzakelijk kwaad gezien. Vond het tijdverspilling. Langzaamaan ben ik gaan inzien dat het heel andere dimensies kan hebben. Zoals op sociaal en culinair vlak.’ Haar man Dennis, met wie ze een zoontje van anderhalf heeft, leerde ze in 1998 kennen bij een werkgroep van D66. ‘Ik was meteen enorm onder de indruk. Ik vond hem intellectueel, betrokken, bevlogen, idealistisch en ook nog eens erg leuk.’ Dat hij ook lid is van D66 vindt Lousewies voor haar relatie niet belangrijk. ‘Maar de essentie van een geslaagde relatie is voor mij wel dat je elkaars waarden deelt. Ik zou niet met iemand kunnen vrijen die voor de doodstraf is. Ik zou niet verliefd kunnen blijven op iemand die vindt dat we moeten investeren in straaljagers in plaats van in schoolklassen. Waarden vertalen zich altijd naar praktische dingen. Ik heb samengewoond met een socialist. Eerst wilde hij geen schoonmaakster. Hij vond het asociaal om iemand anders te laten schoonmaken. Ik vind het juist asociaal als je beiden goed verdient en je dat niet deelt met iemand die anders misschien een uitkering zou moeten nemen. ‘Het is heel simpel,’ zei ik hem, ‘ik werk zes dagen in de week en ga niet schoonmaken. Of jij doet het, óf een werkster doet het.’ Na drie weken hadden we een werkster.’ ‘Wat een lekker ding, en nog van mij ook’ Lousewies is geboren in Rotterdam en komt uit een keurig diplomatengezin. Het gezin verhuisde gemiddeld elke drie à vier jaar en vanaf haar 9e woonden ze langere tijd in Washington. ‘Daardoor zijn we altijd heel hecht met elkaar geweest en ben ik ook erg close met mijn zusje. Zij was altijd mijn eerste speelkameraadje als we weer op een nieuwe plek terechtkwamen en iets moesten opbouwen. Dat heeft leuke kanten. Je leert een nieuwe taal en nieuwe mensen kennen. Maar zeker als je jong bent, is het verschrikkelijk om steeds weer afscheid te moeten nemen van vriendjes en vriendinnetjes. Dat was soms zwaar. Ik was ook best een verlegen kind.’ Als Lousewies bepaalde muziek uit haar jeugd terughoort, voelt ze zich weer dat meisje van toen. Vooral met rocknummers heeft ze dat. ‘Ik ben dol op AC/DC en laatst hoorde ik ook weer School’s out van Alice Cooper. Dan word ik weer meteen teruggetransporteerd naar vroeger.’ Verder associeert ze een meisjesgevoel vooral met verliefdheid. ‘Het is logisch dat als je getrouwd bent, dat gevoel er niet meer constant is. Wanneer ik het heel druk heb met werk, zien we elkaar wel maar dan kijk ik niet écht. Maar als ik dan een lekker ontspannen weekend heb, kan het opeens weer gebeuren… Laatst was mijn man bomen aan het snoeien in de tuin en toen trok hij zijn T-shirt uit. Wow! Terwijl ik hem toch echt al vijf jaar lang naakt had gezien. Maar dat is wel zo’n moment waarop ik ineens weer denk: wauw, wat een lekker ding! En hij is nog van mij ook!’