/

Back to home page

Europe PvdA GroenLinks D66 European Parliament Economy

Handelsbeleid EU vergt controle Europarlement

   Mon 04/12/2000

Alexander de Roo, Dorette Corbey en Lousewies van der Laan pleiten in NRC Handelsblad voor controle op het Europese handelsbeleid door het Europees Parlement.

Handelsbeleid EU vergt controle Europarlement Verschenen in NRC Handelsblad ,4 december 2000 Alexander de Roo, Dorette Corbey en Lousewies van der Laan

Eind deze week hopen de regeringsleiders van de landen van de Europese Unie het in Nice eens te worden over een nieuw verdrag. Op dit moment vliegen de voorstellen voor nieuwe besluitvormingsprocedures over de onderhandelingstafel. De herziening van het EU-verdrag vormt een uitgelezen kans om het democratisch gehalte van de Unie op te schroeven. Helaas ziet het er naar uit dat de regeringen van de lidstaten één van de grootste democratische tekorten, de gebrekkige parlementaire controle op het Europese handelsbeleid, alleen maar groter willen maken.

De Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU, stelt dat de besluitvorming op handelsgebied moet worden 'gemoderniseerd'. De huidige besluitvormingsregels stammen in essentie nog uit het Verdrag van Rome van 1957. Indertijd gingen internationale handelsbesprekingen enkel over de hoogte van invoertarieven en quota voor goederen. Tegenwoordig maken de dienstensector en onderwerpen als investeringen en intellectueel eigendom deel uit van vrijwel elk nieuw handelsakkoord. Maar waar de lidstaten over handel in goederen besluiten kunnen nemen met een gekwalificeerde meerderheid van ongeveer twee-derde, is voor de nieuwe handelsthema's unanimiteit vereist. Dat maakt de besluitvorming lastig. Als het ledental van de EU in de komende jaren toeneemt van 15 tot 25 of meer wordt beslissen bij unanimiteit helemaal ondoenlijk.

Het is daarom begrijpelijk dat de Commissie voorstelt om ook bij de nieuwe handelsthema's over te gaan tot besluitvorming bij gekwalificeerde meerderheid. Veel lidstaten ondersteunen dit voorstel. Het is echter onacceptabel dat zij nauwelijks aandacht besteden aan de rol van volksvertegenwoordigers. In de verdragsonderhandelingen over het handelsbeleid schijnt het woord parlement zelfs nog niet te zijn gevallen. In de besluitvormingsvarianten die het Franse voorzitterschap aan de lidstaten heeft voorgelegd, ontbreekt elke verwijzing naar parlementaire controle.

Dat is des te bezwaarlijker omdat de invloed van volksvertegenwoordigers op het internationale handelsbeleid nu al minimaal is. Nationale parlementen worden geacht de inbreng van hun ministers in Brussel te controleren. Door de afstand tot het onderhandelingscircuit en de beslotenheid van het ministersoverleg stelt deze controle in de praktijk weinig voor. Formeel geldt nu nog dat de meeste handelsovereenkomsten uiteindelijk moeten worden goedgekeurd door nationale parlementen. Maar ook deze ratificatieprocedure kent zijn beperkingen. Multilaterale handelsovereenkomsten zijn de uitkomst van jarenlange onderhandelingen met meer dan honderd landen. Een parlement van een enkel land durft daar vrijwel nooit nee tegen te zeggen. Het Europees Parlement staat aan de zijlijn, wat het heeft in de meeste gevallen alleen adviesrecht.

Deze negentiende-eeuwse toestand past niet bij het handelsbeleid van de eenentwintigste eeuw. Handelsakkoorden raken in toenemende mate het dagelijks bestaan van de burgers. De Wereldhandelsorganisatie (WTO), die mede door de EU is opgericht, velt bindende oordelen bij geschillen over zaken als milieubescherming, voedselveiligheid en dierenwelzijn en heeft zo een directe invloed op het beleid van de Unie en de lidstaten. Een publiek debat over de gevolgen van handelsakkoorden voor mens en milieu is daarom onmisbaar. Dat bleek een jaar geleden wel in Seattle, waar een bonte coalitie van actiegroepen de WTO-top ontregelde. De broodnodige publieke discussies dienen een vertaling te krijgen in betekenisvol parlementair debat. De uitvoerende macht mag de uitkomsten daarvan niet naast zich neer kunnen leggen.

Dit geldt des te sterker voor de nieuwe handelsthema's. Onder 'diensten' vallen niet alleen banken en verzekeringen, maar ook onderwijs en gezondheidszorg. Sectoren die volop in beweging zijn. Overal in Europa staat de afbakening tussen het verarmde publieke en het oprukkende private domein ter discussie. Uiterste voorzichtigheid is dan geboden als het gaat om bindende multilaterale afspraken. In het recente verleden zijn regeringen regelmatig verrast door de gevolgen van gemaakte handelsafspraken. Zo heeft het breed gedragen besluit om de Europese consumenten te vrijwaren van met hormonen volgespoten rundvlees uit de VS, de EU een veroordeling van de WTO opgeleverd, waardoor zij nu jaarlijks een boete van 250 miljoen dollar moet betalen. Een onderwerp als intellectueel eigendom is voor mensen in ontwikkelingslanden van levensbelang. Een akkoord hierover dat dit jaar van kracht is geworden, zal tot gevolg hebben dat ontwikkelingslanden voor gepatenteerde medicijnen een veelvoud van de huidige prijs moeten gaan betalen. Ook investeringen vormen een heikel onderwerp. Enkele jaren geleden sneuvelde een voorstel voor een multilateraal akkoord hierover op een veto van Frankrijk. Het voorstel zou buitenlandse investeerders in staat gesteld hebben om allerlei binnenlandse maatregelen, bijvoorbeeld op het gebied van milieu of sociaal beleid, aan te vechten met het argument dat de waarde van hun investeringen erdoor vermindert.

Juist omdat het hier zulke gevoelige onderwerpen betreft vinden wij dat tegenover een besluitvaardiger Raad en een Commissie met nieuwe bevoegdheden, een sterk en invloedrijk Europees Parlement moet staan. De inzet bij de huidige verdragsonderhandelingen zou daarom moeten zijn dat het EP elke handelsovereenkomst moet ratificeren. Dat brengt met zich mee dat de Commissie het EP regelmatig informeert over de voortgang van de onderhandelingen. Nog belangrijker is dat het EP een rol gaat spelen bij het opstellen van het onderhandelingsmandaat van de Commissie. Dat is namelijk bij uitstek het moment waarop een fundamentele Europese discussie over de voorwaarden en prioriteiten bij nieuwe handelsakkoorden mogelijk is. Bij het opstellen van het onderhandelingsmandaat zou het EP daarom op volwaardige wijze, via de medebeslissingsprocedure, betrokken moeten worden.

De inbreng van de Nederlandse regering is tot op heden buitengewoon teleurstellend. Zij heeft aangegeven in grote lijnen de Commissievoorstellen te steunen. Voor een versterkte rol van het Europees Parlement als democratisch tegenwicht heeft de regering zich nog nauwelijks sterk gemaakt, ondanks de toezegging daartoe in 1998 bij de ratificatie van het Verdrag van Amsterdam. We kijken dan ook vol spanning uit naar de binnenkort te verschijnen regeringsnotitie over de Nederlandse inzet in de eindfase van de EU-verdragsherziening. Daarin zou de regering moeten verklaren dat zij alleen akkoord gaat met een modernisering van het handelsbeleid als daarbij tevens in een serieuze rol voor het Europees Parlement is voorzien. Want het voeren van onderhandelingen en het sluiten van verdragen zonder controle van volksvertegenwoordigers, daar is niets moderns aan.

Alexander de Roo (GroenLinks), Dorette Corbey (PvdA) en Lousewies van der Laan (D66) zijn lid van het Europees Parlement.

 

Application: old-lousewiesNL [Reload, Run Tests]
Framework: Wheels 1.1.8
CFML Engine: Adobe ColdFusion 9,0,2,282541
Default Data Source: dev-lousewiesNL
Active Environment: Development [Design, Testing, Maintenance, Production]
URL Rewriting: On
URL Obfuscation: Off
Plugins: None
Route: newsPost
Controller: Articles
Action: displayArticle
Key(s): handelsbeleid_eu_vergt_controle_europarlement
Additional Params: page = 1
tagname = pvda
Caching Stats: misses: 0, culls: 0, hits: 4
Execution Time: 327ms (action ~327ms, view ~62ms)