/

Back to home page

War, Peace and Development Europe D66 European Parliament

Kosovo heeft hulp nodig, geen politieke spelletjes

   Sun 11/06/2000

De effectiviteit moet centraal staan bij EU hulp aan kosovo bepleiten Lousewies van der Laan en Gjerj Dedaj (Voorzitter van de Liberale Partij van Kosovo, ondervoorzitter van het Kosovaars Parlement) samen met liberale collegas.

Na de lage opkomst bij de Europese verkiezingen hadden we toch mogen verwachten dat de politieke leiders van de Europese Unie de boodschap hadden begrepen: de Europese burgers hebben genoeg van de manier waarop Europa zijn zaken aanpakt. Dat gebeurt te ondoorzichtig, het is te moeilijk om volgen en er worden teveel natoniale politieke spelletjes gespeeld. We hadden toch ook mogen verwachten dat ze die spelletjes even zouden stoppen bij een enorme menselijke tragedie zoals die van Kosovo. Maar oude gewoonten verander je blijkbaar niet zo snel.

De Europese Unie heeft de tragedie in Kosovo niet kunnen voorkomen. Ze wil dat nu voor een deel goed maken door royaal geld te geven voor de heropbouw van Kosovo. Maar, met geld alleen kan je een land niet opnieuw opbouwen. Niet alleen de grootte van het bedrag is daarvoor belangrijk, we moeten er ook voor zorgen dat het geld goed gebruikt wordt. De Europese inspanningen voor de heropbouw van Bosnië, die andere deelstaat van Oud-Joegoslavië, zijn blijven steken in bureaucratie. Niet omdat die nodig was om een goede gang van zaken te waarborgen, wel omdat de lidstaten van de Unie vooral interesse hadden voor winstgevende contracten voor "consultants" uit hun eigen land.

De niet-goevernementele organisaties en leden van het Europees Parlement waren dan ook blij dat er met de ervaring in Bosnië, rekening zou worden gehouden in Kosovo. Het "Agentschap voor de Heropbouw" zou in de Kosovaarse hoofdstad Pristina komen, zodat de EU daar, met de mensen van Kosovo zelf, kon werken aan de heropbouw van hun land. De contracten konden daar ondertekend worden, handtekeningen vanuit het Brussel waren niet meer nodig.

Maar de opluchting duurde niet lang. Nog voor het Europees Parlement zich kon uitspreken over het voorstel, beslisten de Europese eerste-ministers dat het "Agentschap" zijn zetel zou krijgen in Tessaloniki in Griekenland. Ze namen hun beslissing achter gesloten deuren. Het gerucht gaat dat daarmee de Grieken "betaald" moesten worden, zodat ze hun veto lieten vallen tegen Bodo Hombach, de Duitser die het hoofd wordt van het "Stabiliteitspact" voor de regio.

Dat het Agentschap in Griekenland komt is een slechte beslissing.

Ten eerste omdat het Agentschap zo’n driehonderd mensen werk geeft, mensen die huizen, scholen en ziekenhuizen gaan bouwen, niet in Griekenland maar wel in Kosovo. Dat werk moet gepland, uitgevoerd en gecontroleerd worden. Als de mensen van het Agentschap daarvoor over en weer moeten vliegen tussen Tessaloniki en Pristina, worden de kosten opgedreven en verslapt de controle. We hebben het hier nog niet eens over de overlast voor de organisatie en zelfs voor het milieu. Als je de administratie en de uitvoerende staf uit mekaar haalt, dan leidt dat enkel naar meer bureaucratie.

Ten tweede: de Europese hulp moet goed samengaan met die van andere donoren.. Het gaat onder meer over de Verenigde Naties die de algemene leiding hebben, het VN Hoog-commissariaat voor de Vluchtelingen, de OVSE, de Internationale organisatie voor Migratie, de Raad van Europa en de Verenigde Staten. Daarnaast werken er ook nog heel wat niet-goevernementele organisaties. Die hebben allemaal hun mensen in Pristina, waar de heropbouw gebeurt. Als de Europese Unie met al die partners gaat samenwerken vanuit Tessaloniki, dan wordt dat een tijdrovende en lastige bezigheid.

Ten derde: de heropbouw kan alleen maar lukken als we er samen met de mensen van Kosovo aan werken. De Kosovaren organiseren nu al tien jaar een ondergrondse economie. Hun kennis, ervaring en toewijding moeten we nu gebruiken en niet opzij schuiven. We moeten ze dus van dichtbij betrekken bij het werk van het "Agentschap". Zelfs als we de kosten van de verplaatsingen naar Tessaloniki niet meerekenen is er nog een enorm probleem: er is geen Grieks consulaat in Pristina en je mag toch niet vragen dat de Kosovaren een visum gaan halen op de ambassade in Belgrado. Als we dus het "Agentschap" buiten Kosovo vestigen, dan sluiten we de mensen uit die we willen helpen.

Ten slotte: als de Unie het "Agentschap" niet in Pristina vestigt is dat een symbool. Het is een teken dat Europese ambtenaren niet willen leven in het land dat ze helpen heropbouwen. Pristina kan trouwens het geld dat die driehonderd Europeanen uitgeven aan huur of andere dingen, goed gebruiken. En vooral, de Europese Unie mist de kans om te tonen dat ze een echte partner wil zijn voor de Kosovaren. Als we duidelijk maken dat we de heropbouw samen aanpakken, dan geven we de mensen die het daar hard nodig hebben, ook morele steun.

Vandaag kan het Europees Parlement de beslissing van de eerste-ministers ongedaan maken. Europese Parlementsleden weten beter dan wie ook hoe lastig het is over en weer te reizen tussen verschillende werkplaatsen. De heropbouw van Kosovo moet snel en doeltreffend verlopen. Maar het gaat niet alleen daarover. De Europese Unie krijgt nu de kans haar imago een beetje op te poetsen. Het Parlement moet tonen dat het de mensen in Kosovo belangrijker vindt dan nationale politieke spelletjes.

Lousewies van der Laan D66 (Nederland), Europees Parlementslid

Gjerj Dedaj Voorzitter van de Liberale Partij van Kosovo, ondervoorzitter van het Kosovaars Parlement

Dirk Sterckx VLD (België), Europees Parlementslid

Astrid Thors Zweedse Volkspartij (Finland) , Europees Parlementslid

Cecilia Malmström Liberale Volkspartij (Zweden) , Europees Parlementslid